Van kopieerapparaat naar winkelplank - de zine-revolutie

Juni 1975, een woonkamer in Los Angeles. Lee Gold verzamelt stapels getypte pagina's, ingestuurd door tientallen spelers uit het hele land: huisregels, verslagen van sessies, ruzies over wat Dungeons & Dragons nu eigenlijk hoort te zijn. Ze bundelt de vellen, niet ze samen en brengt de pakketjes naar het postkantoor. Het blaadje heet Alarums and Excursions, en het is het maandelijkse gesprek van een hobby die officieel nog maar net bestaat.

Vijftig jaar later liggen er geniete boekjes van veertig pagina's in de schappen van spellenwinkels, naast hardcovers van veertig euro, en winnen ze daar prijzen van. Dit is het verhaal van hoe het kleinste formaat van de hobby het nooit heeft opgegeven.

Een hobby op nietjes

Dat rollenspellen en zelfgeniete blaadjes bij elkaar horen, zit er vanaf dag één in. D&D zelf verscheen als dunne boekjes in een doos, zoals we vertelden in het hoofdstuk over de geboorte van het rollenspel. En het gesprek eromheen verliep via de post: Alarums and Excursions was een zogeheten amateur press association, een soort papieren forum waarin iedere deelnemer zijn eigen pagina's inleverde en het geheel gebundeld werd rondgestuurd. Zelfs Gary Gygax deed mee, en noemde het in 1976 een uitstekende bron van ideeën.

Het blad hield het vol tot april 2025, vijfhonderddrieënnegentig nummers lang. Wie ooit heeft gespeeld via brievenbus en frankeerzegel herkent de familie: dit is de bedachtzame neef van het tijdperk van play by mail.

Klein is een keuze

Een zine is geen half boek. Het is een eigen vorm: een handvol pagina's, gekopieerd en geniet, gemaakt door één of twee mensen zonder toestemming van wie dan ook. Goedkoop om te maken, goedkoop om te kopen, en daardoor vrij. In een zine mag een idee scherp, halfgaar of ronduit vreemd zijn; er hoeft geen uitgeverij van te leven.

Die vrijheid maakte het formaat het natuurlijke thuis van de Old School Renaissance, waarover we schreven in het hoofdstuk over de OSR: een beweging van blogs en huisregels die zichzelf begon uit te printen. Wat op een blog paste, paste in een zine, en wat in een zine paste, paste in een envelop.

Februari wordt zinemaand

In februari 2019 gaf Kickstarter het formaat een podium: Zine Quest, een jaarlijkse uitnodiging aan makers om een klein, geniet rollenspelproject te lanceren. Klein budget, korte campagne, weinig risico. Het werd geen goudkoorts maar iets gezonders: honderden kleine successen. In nog geen vijf jaar werden er bijna twaalfhonderd projecten gelanceerd, waarvan ruim negen op de tien hun doel haalden, samen goed voor ruim zes miljoen dollar. Het doorsnee project had zo'n honderdvijftig backers - geen bestseller, wel een gedrukt boekje en een maker die verder durft.

Hoe crowdfunding sowieso de motor onder de moderne hobby werd, lees je in het hoofdstuk over crowdfunding; Zine Quest is de kleinste, meest eigenzinnige kamer van dat huis.

Van nietje naar hoofdprijs

Dat een zine geen opstapje hoeft te zijn maar een eindvorm kan zijn, bewees Mothership. Sean McCoy bracht in 2018 de Player's Survival Guide uit: vierenveertig pagina's sci-fi-horror, geniet, met eigen tekeningen. Een jaar later won dat boekje de Gold ENnie voor Best Game, tussen de dikke hardcovers. De supplementen bleven zines - Dead Planet, A Pound of Flesh - tot een Kickstarter in 2021 een zevencijferig bedrag ophaalde en het spel in 2024 als volwaardige boxed set verscheen. Het nietje werd een doos, maar de ziel bleef zine.

Mausritter volgde een vergelijkbaar pad: in 2019 een digitale zine van Isaac Williams, in 2020 een fysieke uitgave, in 2021 een Gold ENnie. En het formaat leeft gewoon door: Kelsey Dionne verpakt haar avonturen voor Shadowdark nog altijd als Cursed Scroll-zines, drie delen inmiddels, precies groot genoeg voor één vondst tegelijk.

De keerzijde van klein

Eerlijk is eerlijk: de zine-golf heeft ook een rafelrand. Verzendkosten drukken nergens zo zwaar als op een boekje van vijf euro, en juist de kleinste makers verzuipen soms in de logistiek die na een geslaagde campagne begint. Niet elk project komt op tijd aan, en sommige komen nooit. En nu het label verkoopt, verschijnen er ook steeds meer "zines" in luxe full colour met harde kaft - waar het woord vooral marketing is geworden voor gewoon een dun boek. De vorm is een belofte van bescheidenheid, en niet iedereen houdt zich eraan.

En vandaag

Toch is de kern onveranderd sinds die woonkamer in 1975: iemand heeft een idee dat te klein is voor een uitgeverij en te goed om te laten liggen, en tussen dat idee en een lezer staat alleen een kopieerapparaat en een nietmachine. Eén concreet ding, één verlangen - meer had Lee Gold niet nodig, en meer heeft een zine nog steeds niet nodig. Het enige verschil is dat het pakketje tegenwoordig niet meer alleen bij abonnees belandt, maar ook gewoon op de winkelplank.