Waar kosmische angst en de speeltafel samenkomen
In 1927 schreef H.P. Lovecraft een zin die zijn hele oeuvre samenvat. De oudste en sterkste emotie van de mens, stelde hij, is angst, en de oudste en sterkste vorm van angst is de angst voor het onbekende. Hij schreef het in een essay over horrorliteratuur, niet in een verhaal, maar het is de sleutel tot alles wat hij maakte. Zijn monsters zijn niet eng omdat ze je opeten. Ze zijn eng omdat ze bewijzen dat je er niet toe doet.
Dat is een merkwaardig soort horror. Geen mes in het donker, geen achtervolging door een gang. Iets kouds en veel groters: het besef dat het heelal niet vijandig is, maar onverschillig, en dat de mens daarin een voetnoot is die zichzelf voor het hoofdstuk hield. Ruim vijftig jaar lang leefde die angst alleen op papier. Toen kreeg hij een speeltafel.
Een spel dat je niet laat winnen
In 1981 bracht uitgeverij Chaosium Call of Cthulhu uit, geschreven door Sandy Petersen. Het was het eerste horrorrollenspel, en het brak met bijna alles wat rollenspellen tot dan toe deden. Waar andere spellen je een held gaven, een zwaard en een groeiende stapel goud, gaf Call of Cthulhu je een gewoon mens. Een journalist, een dokter, een professor. Iemand die te veel ziet en het niet overleeft, of het overleeft en er niet meer helemaal bij is.
De vondst die het spel beroemd maakte, is de geestelijke gezondheid als spelregel. Je personage heeft niet alleen levenspunten maar ook verstand, en dat verstand kun je verliezen. Zie je iets wat een mens niet hoort te zien, dan kost dat je. Te veel, en je personage glijdt weg in waanzin. Het is geen decoratie. Het is de motor van het hele spel: je wint niet door te vechten, je overleeft door weg te kijken op het juiste moment, en dat lukt bijna nooit.
Daarmee zette Petersen Lovecrafts zin om in een mechaniek. De angst voor het onbekende werd letterlijk een getal dat daalt zodra het onbekende zich toont. Het spel begrijpt zijn bronmateriaal beter dan menige verfilming.
Waar het boek ophoudt en de tafel begint
Toch doet het spel iets wat het boek niet kan. Lovecraft schreef eenzame mannen die alleen in de afgrond staarden. Aan de speeltafel zit je met een groep, en dat verandert de horror. De onderzoekers in Call of Cthulhu zijn samen, en juist dat samen maakt de ondergang scherper. Je ziet je vrienden afglijden. Je neemt een besluit dat iemand anders de das omdoet. De eenzaamheid van Lovecraft wordt een gedeelde eenzaamheid, en dat is misschien nog wranger.
Er is ook een eerlijke kanttekening. Lovecrafts werk draagt de vooroordelen van zijn tijd en van zijn persoon, en die zijn lelijk. Het spel heeft daar door de jaren heen afstand van genomen en de mythos losgemaakt van de man, en dat is maar goed ook. Wat overblijft is het bruikbare deel: niet zijn wereldbeeld, maar zijn ene ware inzicht over de angst voor wat we niet kunnen bevatten.
Voor wie dit zou moeten proberen
Als je houdt van verhalen waarin de mens klein is en het heelal groot en stil, dan is dit jouw spel. Als je ooit een boek dichtsloeg met dat lichte gevoel van duizeling, het besef dat er dingen zijn die je liever niet had geweten, dan weet je al hoe Call of Cthulhu voelt. Het verschil is dat je nu zelf de deur opendoet. Nieuw ermee? Onze beginnersgids laat zien hoe je begint.
Lovecraft schreef dat de mens niet gemaakt is om alles te weten. Zijn spel geeft je de kans om het toch te proberen, en om te ontdekken wat het kost. De tafel is gedekt. Het licht kun je beter aan laten.
Dit is horror die sluipt. Voor horror die als een moker aankomt, lees verder: waar doom metal en de speeltafel samenkomen.