Van penvriend naar speler - het rollenspel per brief

Een envelop op de deurmat. Handgeschreven adres, een postzegel die scheef is geplakt, en aan de binnenkant een brief van iemand die je kent, maar die tekent met een naam die niet de zijne is. Hij schrijft over een boek dat hij op een rommelmarkt heeft gevonden, over een geluid in de kelder, over een droom die niet ophoudt. Je leest het staand in de gang, en ergens halverwege merk je dat het spel al begonnen is.

Zo speel je De Profundis. Geen tafel, geen spelleider, geen dobbelsteen. Alleen brieven, en de dagen ertussen.

Een spel zonder regels

De Profundis verscheen in 2001 in Polen bij uitgeverij Portal, geschreven door Michał Oracz. Het is een dun boekje, in de Engelse uitgave 32 pagina's, en het bevat geen regels. Het bestaat zelf uit brieven: Oracz schrijft aan een vriend over een boek dat hij in een droom heeft gezien, over zijn oude speelgroepen, over hoe je een dagboek geloofwaardig laat verweren, en gaandeweg raakt de schrijver zelf de weg kwijt, precies zoals het bij Lovecraft hoort. Wie het uit heeft, weet hoe het spel werkt zonder dat het ooit is uitgelegd.

De Engelse editie kwam uit bij Hogshead, in de reeks New Style waarin ook Baron Munchausen en Puppetland verschenen, spellen die de vorm zelf ter discussie stelden. Op de omslag stond een waarschuwing: dit spel is bedoeld voor geestelijk stabiele volwassenen. Oracz noemde zijn methode psychodrama. Je schrijft niet over je personage, je schrijft als je personage, aan een echt persoon, op echt papier, en je post de brief. Wat de ander terugschrijft heb je niet in de hand. In 2002 stond het op de shortlist van de Diana Jones Award; in 2010 bracht Cubicle 7 een tweede editie uit.

De rest van de hobby zat in 2001 aan tafel, met een spelleider en een handvol dobbelstenen. Hoe Call of Cthulhu de horror van Lovecraft daar naartoe had gebracht, lees je in Van held naar slachtoffer. De Profundis haalde diezelfde horror van de tafel af en stopte hem in een envelop.

Ouder dan de hobby

Het idee was niet nieuw. Het was ouder dan het rollenspel zelf. De brievenroman is een van de oudste vormen van de Europese roman: Pamela van Samuel Richardson uit 1740, Les Liaisons dangereuses uit 1782, en Dracula uit 1897, dat volledig is opgebouwd uit brieven, dagboeken en krantenknipsels. De lezer weet nooit meer dan de schrijvers van die documenten, en juist daardoor komt de angst zo dichtbij. Lovecraft zelf schreef tienduizenden brieven; zijn correspondentie is omvangrijker dan zijn verhalen.

En de post was al eerder een speeltafel geweest. In Van brievenbus naar speeltafel vertelden we hoe play by mail werkte: je stuurde je zet naar een spelleider, die rekende uit wat er gebeurde en schreef terug. De brief was daar een voertuig. In een correspondentiespel is de brief het spel zelf. Er is geen zet om te verwerken, geen scheidsrechter, alleen twee mensen die om beurten een stukje wereld op papier zetten.

Stilte, en dan een golf

Na De Profundis bleef het lang stil. Een enkel spel probeerde het opnieuw, zoals Callisto, waarin spelers in karakter brieven aan elkaar schreven terwijl een scheidsrechter het nieuws bijhield, maar een genre werd het niet. Brieven waren traag, postzegels kostten geld, en de hobby had het druk met andere dingen.

In 2020 ging de wereld op slot, en dat veranderde alles. Aan tafel zitten kon niet meer; schrijven wel. In datzelfde jaar verscheen Alice is Missing van Spenser Starke, een spel dat aan een gewone tafel wordt gespeeld maar waarin niemand spreekt: het hele verhaal loopt via de berichten die de personages elkaar sturen. Het is de dichtstbijzijnde neef van het brievenspel, met dezelfde ontdekking in de kern. Wat je opschrijft weegt zwaarder dan wat je zegt, omdat het blijft staan.

Op itch.io ontstond een Correspondence Jam, en het label epistolary telt inmiddels meer dan honderd spellen. Epistolary van En Sattaur laat twee of meer spelers per post een mysterie oplossen, en maakt van de postzegels een klok: als ze op zijn, is het spel voorbij. Dead Letter Society van Rori Montford, uit 2023, laat twee vampiers via een geheim genootschap corresponderen. De titels verschillen, maar de mechaniek is steeds die van 1740: iemand schrijft, iemand wacht, iemand antwoordt.

De rommelige kanten

Eerlijk is eerlijk: het brievenspel is kwetsbaar. Een spel aan tafel kan een slechte avond overleven. Een brievenspel sterft aan één brief die niet wordt beantwoord, en dat gebeurt vaker dan iemand toegeeft. Van die honderd spellen op itch.io zijn er veel die meer gedownload dan gespeeld worden.

Er is ook een vreemdere kant. Oracz stuurde spelers de wereld in om vervalste dagboeken te maken en brieven van vreemden te ontvangen, en die waarschuwing op de omslag was maar half grap. Als de fictie per post bij je thuiskomt, met een echt poststempel, is de grens tussen spel en leven dunner dan aan tafel. Dat is precies wat het spel wil, en precies waarom niet iedereen het wil.

En de tijd. Een correspondentiespel duurt weken of maanden, en wie er middenin zit, kan het niet versnellen. Dat wachten is geen bijverschijnsel. Het is de vorm.

Wat er in de brievenbus ligt

Dat wachten is ook de reden dat wij er zelf aan begonnen zijn. Met Analogue: The Correspondence Trilogy maken we drie spellen die per post worden gespeeld: Solo, voor één speler; Duet, voor twee; Ensemble, voor een kring van drie tot zes. De tijd in het verhaal en de tijd op je kalender lopen gelijk, de brieven gaan echt op de bus, en de envelop mag met was worden verzegeld. De crowdfunding start in juni 2027 op BackerKit; volg het project daar en je hoort het op het moment dat het losgaat, en krijgt in de maanden ervoor al kleine spellen uit dezelfde wereld toegestuurd. Wie het idee eerst aan tafel wil voelen, kan terecht bij Alice is Missing, of bij de solo- en journalingspellen waarin je hetzelfde geduld in je eentje oefent; die geschiedenis vertelden we in Van volle tafel naar tafel voor één.

Terug naar de deurmat. De brief ligt er nog, en je weet niet wat je terug gaat schrijven. Je weet alleen dat het een paar dagen duurt voor het antwoord komt, en dat er in die dagen iets gebeurt wat aan geen enkele tafel gebeurt: je blijft aan het verhaal denken, zonder dat iemand aan de beurt is. Eén schuine postzegel, en het verlangen om te weten wat er in de volgende envelop zit. Meer heeft dit spel nooit nodig gehad.