Van boekenplank naar kerker - Appendix N en de pulpwortels van D&D

Lake Geneva, Wisconsin, 1979. Gary Gygax legt de laatste hand aan de Dungeon Masters Guide, het dikste en vreemdste boek dat de jonge hobby tot dan toe heeft voortgebracht: tabellen voor zwaartekracht, voor ziektes, voor de kans dat een huurling deserteert. En helemaal achterin, na honderden pagina's regels, zet hij iets dat geen regel is. Een leeslijst. "Appendix N: Inspirational and Educational Reading", één pagina, achtentwintig auteurs.

Het leest als een verlanglijstje voor een tweedehands boekwinkel. Poul Anderson. Leigh Brackett. Robert E. Howard. Fritz Leiber. Michael Moorcock. Jack Vance. Gygax noemde ze zelf de bron van veel concepten, spreuken en monsters in het spel. Wie de lijst naast de regels legt, ziet dat dat geen bescheidenheid was. Dungeons & Dragons is geen wereld die uit het niets ontstond. Het is een boekenplank die dobbelstenen kreeg.

De bibliotheek achter het spel

Neem de magie. In D&D prent een tovenaar zijn spreuken 's ochtends in en is ze na het uitspreken weer kwijt, alsof de woorden zelf uit zijn hoofd verdampen. Dat systeem heet tot op vandaag Vancian magic, naar Jack Vance, wiens Dying Earth-verhalen precies zo werken: spreuken als levende dingen die maar met moeite in een mensenhoofd passen. Vance vond het best, D&D mocht zelfs zijn Ioun Stones gebruiken, op voorwaarde dat zijn boeken netjes genoemd werden.

De alignment-as van law en chaos komt uit Michael Moorcocks Elric-verhalen en Poul Andersons Three Hearts and Three Lions, hetzelfde boek dat de paladin leverde en de troll die maar blijft regenereren. De barbaar is Robert E. Howards Conan met een ander serienummer. En de dief, gilde en al, stapt rechtstreeks uit de steegjes van Fritz Leibers Lankhmar, waar Fafhrd en de Gray Mouser al ruziënd de daken over vluchtten; Leiber muntte niet voor niets de term sword and sorcery. Wie deze boeken leest, speelt ineens een spel dat overal naar verwijst.

De schrijver die er nauwelijks in stond

Eén naam staat wel op de lijst, maar kreeg van Gygax steevast een voetnoot: J.R.R. Tolkien. Zijn invloed was volgens Gygax minimaal, de trilogie vond hij eerlijk gezegd nogal traag. Het spel zelf vertelde een ander verhaal, met zijn halflings, rangers en orcs, en de advocaten van de Tolkien-erven ook: onder juridische druk werd de hobbit een halfling, de ent een treant en de balrog een balor. Hoe Midden-aarde en de tafel elkaar daarna bleven vinden, is een eigen hoofdstuk waard. Maar het contrast zegt iets: Gygax verdedigde zijn boekenplank, niet de bestseller. Zijn spel rook naar pulp, naar goedkoop papier en snelle messen, niet naar mythologie.

Een lijst met rafels

Eerlijk is eerlijk: Appendix N is geen canon, het is één man zijn boekenkast, bevroren in 1979. De lijst leunt zwaar op Amerikaanse pulp van de jaren dertig tot zeventig, en de schrijfsters die erop staan, Leigh Brackett, Andre Norton, Margaret St. Clair, werden decennialang overgeslagen door lezers die wel Conan onthielden. Er is ook gerede twijfel of het spel wel zo netjes uit de lijst voortkwam als de lijst suggereert; herinnering en marketing liepen bij Gygax weleens door elkaar. En sommige boeken zijn eenvoudigweg slecht verouderd. Wie de lijst vandaag afwerkt, vindt schatten én dingen die je liever laat liggen, en dat mag gezegd.

De lijst die terugkwam

Want dat is het gekke: de leeslijst overleefde het boek. Toen de Old School Renaissance begin deze eeuw terugkeek naar waar de hobby vandaan kwam, werd Appendix N het wachtwoord. Uitgever Joseph Goodman las de complete lijst en bouwde er een spel omheen: Dungeon Crawl Classics, dat niet D&D wil zijn, maar de boeken waar D&D uit kwam, tot en met een boxed set die je Vances stervende aarde zelf laat bespelen. Zelfs de vijfde editie van D&D droeg haar leeslijst weer, netjes bijgewerkt, als Appendix E.

Zevenenveertig jaar na die ene pagina achterin doet de lijst nog steeds wat hij op dag één deed: spelers de bibliotheek in sturen. Één concreet detail, een spreuk die verdampt, een troll die niet dood wil, en je begrijpt ineens waar een half spelsysteem vandaan komt. De kerker begon op de boekenplank. Hij staat er nog.