Waar de kindertijd en de speeltafel samenkomen - de machines van Simon Stålenhag
Op een van de schilderijen fietst een kind langs een bevroren veld. Op de achtergrond staat een reusachtige machine, half in de sneeuw gezakt, groter dan een huis, en volstrekt onverklaard. Het kind kijkt er niet eens naar. Voor hem is die machine er gewoon, zoals een hoogspanningsmast er is, iets uit de wereld van volwassenen dat je passeert op weg naar huis.
Dat is de blik waar twee rollenspellen op rusten. Niet de blik van de held die de machine onderzoekt, maar die van het kind dat ernaast opgroeit.
Een wereld uit schilderijen
Het begint bij de Zweedse kunstenaar Simon Stålenhag. Zijn kunstboeken tonen een alternatief Scandinavië in de jaren tachtig, waar de gewone wereld van fietsen, voorsteden en verveelde kinderen is vergroeid met iets vreemds: enorme machines, reusachtige koeltorens, wezens die niet horen te bestaan. Het bijzondere aan zijn werk is de combinatie. De techniek is spectaculair, maar de kinderen die erdoorheen fietsen halen hun schouders op. Het wonderlijke is voor hen alledaags.
Uitgeverij Free League zag daar een wereld in, en bouwde er in 2017 een rollenspel omheen: Tales from the Loop. Het won vijf gouden ENnies, waaronder Best Game. Je speelt kinderen in dat alternatieve jaren-tachtig, die mysteries oplossen rond de Loop, een gigantische ondergrondse machine. Maar de vondst zit in de regels.
Wat de schilderijen en het spel delen
Onder allebei ligt dezelfde spanning: tussen het gewone en het buitengewone, gezien door de ogen van een kind. In de schilderijen is dat het contrast tussen de fiets en de machine. In het spel is het een set regels die je dwingt allebei serieus te nemen.
Tales from the Loop draait op de Year Zero-motor van Free League, met snelle, lichte regels. Maar de twee belangrijkste regels zijn geen mechaniek, ze zijn een houding. De eerste: kinderen kunnen niet dood. Je personage kan bang zijn, gewond, gebroken, maar het overleeft, want dit is een verhaal over de kindertijd, en de kindertijd gaat door. De tweede: wees op tijd thuis voor het eten. Naast de mysteries met machines en tijdportalen staan de gewone dingen, ouders, school, pestkoppen, verliefdheid, en die zijn net zo belangrijk. Het spel gaat evenzeer over thuiskomen als over avontuur.
Zo vertaalt het spel niet een plot uit de schilderijen, maar hun gevoel: dat de grootste mysteries zich afspelen aan de rand van een gewone jeugd, en dat je ze oplost tussen het huiswerk door.
Toen de kinderen ouder werden
En dan is er het tweeluik. Want Stålenhag maakte een tweede kunstboek, Things from the Flood, waarin dezelfde wereld doorschuift naar de jaren negentig, donkerder en rommeliger. Free League volgde met een tweede spel van dezelfde naam, een standalone vervolg.
Het verschil is één regel, en die regel raakt je recht in het hart. Want in Things from the Flood kun je wél dood. Je speelt geen kinderen meer maar tieners, in een grimmiger decennium, en de veiligheid van de kindertijd is weg. Je kunt je oude personage uit Tales laten opgroeien, en precies dat maakt het wrang: hetzelfde kind, dezelfde wereld, maar nu met inzet die echt is. Het tweeluik vangt zo iets wat weinig spellen durven: de overgang van kind naar bijna-volwassene, gevangen in het verschil tussen "je overleeft altijd" en "dit keer niet".
Waar het wringt
Eerlijk is eerlijk: dit is een spel van sfeer, niet van actie. Er zijn geen grote gevechten, geen buit, geen personages die van avontuur naar avontuur sterker worden. Wie dat zoekt, zal Tales from the Loop dun vinden. De kracht zit in de stemming, in de nostalgie, in de kleine drama's van het opgroeien, en dat vraagt een tafel die daar geduld en gevoel voor heeft.
En de nostalgie is specifiek. Het spel leunt op de sfeer van E.T. en Stranger Things, van een jaren-tachtig dat je je herinnert of denkt te herinneren. Wie geen band heeft met dat decennium, of met dat soort verstilde coming-of-age-verhalen, mist misschien de emotionele haak waar alles aan hangt. Het is een spel dat je moet willen voelen.
Voor wie dit zou moeten proberen
Als je ooit als kind langs iets groots en onbegrijpelijks bent gefietst en gewoon door bent gereden, dan snap je deze wereld al. Waar de eerdere afleveringen van deze serie horror, onzin en verwondering aan tafel brachten, doet deze iets teders en weemoedigs: ze maakt van de kindertijd zelf het avontuur, en van opgroeien de inzet. Sla het boek open, pak je fiets, en zorg dat je op tijd thuis bent.
De machine in het veld wordt nooit uitgelegd. Dat hoeft ook niet. Het gaat niet om de machine, het gaat om het kind ernaast, en om de zomer die voorbijgaat terwijl niemand kijkt.