Een regelboek lezen zonder alles te lezen

Het boek komt binnen. Het is dikker dan je dacht, de letters zijn klein, en ergens rond pagina veertig merk je dat je al tien minuten over worstelen leest en nog steeds niet weet hoe je een personage maakt. Dit is het moment waarop veel nieuwe spelers stilletjes afhaken, niet van de hobby, maar van het boek. Ze nemen zich voor het in een weekend eens goed te lezen, en dat weekend komt nooit.

Wat niemand je op de achterflap vertelt: een regelboek is niet bedoeld om van voor naar achter te lezen. Het zijn twee boeken die door elkaar zijn gevlochten. Het ene is een korte les in hoe je speelt. Het andere is een naslagwerk dat je jarenlang raadpleegt, één pagina tegelijk, telkens als er iets voorbijkomt. Jouw taak voor de eerste sessie is de les vinden en het naslagwerk op de plank laten staan.

Waar een regelboek voor dient

De meeste kernboeken zijn geschreven voor aan tafel, niet voor in de leesstoel. Ze gaan ervan uit dat je dingen opzoekt tijdens het spel, dus ze herhalen zichzelf, verwijzen overal naar elkaar en zetten de uitputtende lijsten (elk wapen, elke spreuk, elk monster) in hoofdstukken die je pas opent als een speler ernaar vraagt. Die lijsten lezen voordat je hebt gespeeld is als een woordenboek lezen om een taal te leren. Het kan, maar het is de langzame weg.

Het deel dat je echt nodig hebt is klein. In de meeste spellen is het twintig tot veertig pagina's, hoe dik het boek ook is, en het staat bijna altijd op dezelfde plekken.

De eerste ronde: een kwartier

Sla het boek open en zoek drie dingen.

De inhoudsopgave. Lees die langzaam, helemaal. Je leert nog geen regels; je leert waar de regels wonen, zodat je later, als iemand vraagt wat er gebeurt als hij van een dak valt, weet welk hoofdstuk je moet openslaan.

De inleiding, of het hoofdstuk dat zoiets heet als "Zo speel je" of "De basis". Daar staat het ene mechanisme waar het hele spel om draait: gooi dit, vergelijk het met dat, en dit betekent slagen of mislukken. Elk spel heeft zo'n kernzet, en als je die begrijpt, begrijp je het halve boek.

Het speelvoorbeeld. Bijna elk regelboek heeft er een, meestal een pagina of twee dialoog tussen een spelleider en spelers. Het is het nuttigste stuk van het hele boek, en het stuk dat de meeste mensen overslaan omdat het op fictie lijkt. Lees het twee keer. Het laat je horen hoe het spel aan tafel klinkt, en daar kwam je voor.

Dat is de eerste ronde. Je weet nu hoe een beurt werkt en waar alles staat. Doe het boek dicht.

De tweede ronde: één avond

Nu lees je voor je rol.

Ben je speler, lees dan het hoofdstuk over personages maken van begin tot eind, met een potlood en een leeg personageblad ernaast. Maak een personage terwijl je leest. Niets leert je de regels sneller dan ze nodig hebben: zodra je een vaardigheid moet kiezen, ontdek je wat vaardigheden doen. Onze gids over je eerste personage maken neemt je erin mee. Lees daarna het hoofdstuk over wat je personage tijdens het spel doet (acties, gevechten, magie als je die hebt), maar alleen de delen die gelden voor het personage dat je net hebt gemaakt. Ben je geen tovenaar, dan is het spreukenhoofdstuk vanavond niet jouw probleem.

Leid je het spel, lees dan ook het hoofdstuk over personages maken, want je gaat erbij helpen, en daarna het hoofdstuk voor de spelleider. Dat is vaak het best geschreven deel van het boek, en het vertelt je welke regels de ontwerpers onmisbaar vinden en welke optioneel zijn. Zoek vervolgens de drie regels die je op de eerste avond het meest gebruikt: hoe je gooit voor een actie, hoe een gevecht begint, hoe schade werkt. Plak op elk ervan een memoblaadje. Onze gids over je eerste keer als spelleider legt uit waarom drie genoeg is.

Hoe dan ook: stop zodra je bij de lijsten komt. Uitrustingstabellen, spreukenlijsten, monsterboeken, de tweeduizendjarige geschiedenis van de setting: die zijn voor aan tafel, niet voor vanavond. Onthoud waar ze staan en ga door.

Wat je gerust kunt overslaan

Meer dan je denkt.

Optionele regels. Veel boeken markeren ze als zodanig; sommige niet, en dan herken je ze doordat ze detail toevoegen aan iets wat al werkt. Sla ze allemaal over tot de basisversie te dun begint te voelen, en dat gebeurt misschien nooit.

Gevorderde hoofdstukken. Alles over hogere levels, grote veldslagen, het beheren van een burcht of het leiden van een lange campagne gaat uit van ervaring die je nog niet hebt. Het boek staat er over drie maanden nog.

Achtergrond van de wereld, voorbij een pagina of twee. Lees genoeg om je de wereld voor te stellen, en stop dan. De spelers leren de wereld kennen door erdoorheen te lopen, en jij ook.

De index, behalve als gereedschap. Lees hem niet; gebruik hem. De index en de inhoudsopgave zijn hoe de ontwerpers verwachten dat je dingen vindt, en samen maken ze van een boek van vierhonderd pagina's iets waar je in seconden doorheen navigeert.

Dikke boeken en dunne boeken

Niet elk regelboek is een baksteen. Sommige spellen passen op een paar dozijn pagina's en zijn echt in een middag te lezen: het regelboek van Mausritter telt zo'n veertig pagina's en dat van Mörk Borg niet veel meer, en allebei zijn ze ontworpen om in één keer te leren. Lees die dan ook helemaal; het kost je een uur.

Grotere spellen weten dat ze groot zijn, en de meeste bieden tegenwoordig een kortere ingang. Een startersset geeft je een dun regelboekje met alleen wat de eerste avonturen nodig hebben, vaak met kant-en-klare personages, zodat het dikke kernboek kan wachten tot je weet dat je het wilt. De Dungeons & Dragons Starter Set, Dragonbane en Daggerheart kiezen alle drie die route, en voor een eerste spel is het de vriendelijkste. Heb je het grote boek al gekocht, dan is er niets verloren: de twee rondes hierboven werken op elk formaat.

Als je het fout doet

Je gaat in je eerste sessie een regel verkeerd toepassen. Dat doet iedereen. Niemand heeft ooit een regelboek zo zorgvuldig gelezen dat hij aan tafel geen fouten maakte, en wie het probeert maakt meestal de ergere fout: het spel stilleggen om het na te kijken. Neem een eerlijke beslissing, zeg "dat zoeken we straks op", en zoek het straks op. Dat is het moment waarop de naslaghelft van het boek zijn plek verdient: één vraag, één pagina, gevonden via de index, in een minuut gelezen. Zo lees je de rest van het boek, verspreid over maanden, en zo was het ook bedoeld.

En dan?

Dus: inhoudsopgave, basis, speelvoorbeeld. Dan personages maken met een potlood in de hand, dan het hoofdstuk voor jouw rol, en dan stoppen. Dat is een regelboek goed gelezen, en het kost een avond in plaats van een weekend.

Heb je nog geen spel gekozen, begin dan bij hoe je je eerste rollenspel kiest, en de beginnersgidsen vertellen je per spel wat je als eerste leest. Ben je er klaar voor, dan vertelt wat je kunt verwachten van je eerste sessie wat er gebeurt als het boek eindelijk dichtgaat en de dobbelstenen tevoorschijn komen.